Vrijheid

Toen mijn Aanstaande gisterenavond thuiskwam, hoorde hij een ongebruikelijk geluid. Floppy en ik waren nog niet thuis, dus behoedzaam ging hij de trap op. Hij keek voorzichtig de kamer in. Rechts niets, links niet en ineens hoorde hij het weer. En zag het. Een zeer enthousiast dwergpapegaaitje. Midden op de vloer. In plaats van in zijn kooi dus. Bertje. Hij vloog dolenthousiast op de schouder en liet zich al kwetterend terug naar de kooi afvoeren. Bleek dat hij zich langs het voederbakje naar buiten had geworsteld en de vrijheid had geproefd. De vrijheid was van korte duur (denken we), maar hij heeft de hele avond zitten nagenieten.

Treinkaartje

Als we op het terras van een aperitief zitten te genieten, spreekt een man mijn Aanstaande aan in gebrekkig Nederlands. “Iek koem aut Boesnie oend ik heb gien geld oem naar mijn Frauw ien Maastricht te gaan. Ein kaartje koest 20 oiro. Heeft oe miskien wat geld voor mai?” “Goh”, zegt mijn Aanstaaande, “Wat bent u dan ver van het station af aan het collecteren?! “Jaha”, zegt de man in aanmerkelijk beter Nederlands, “Je moet toch ergens beginnen!” Om vervolgens zijn rol weer aan te nemen: “aalstoeblief?” Mijn Aanstaande pakt zijn portemonnaie en geeft hem wat kleingeld, dat enigszins misprijzend wordt aanvaard. Om vervolgens in de tegenovergestelde richting van het station labberlottig weg te wandelen. “Wat denk je, lieverd, zijn we bedot?” Nou, ik dacht het wel!

Ambtenaren

Anderhalve week geleden heb ik, na telefonisch advies, schriftelijk de geboorteacte opgevraagd in de gemeente waar mijn Aanstaande is geboren. Maar de datum van ondertrouw komt steeds dichterbij, alle benodigde papieren zijn binnen, behalve dat formulier. Dus vandaag belde ik op naar de afdeling Burgerzaken. Ik vertelde het verhaal aan een vriendelijke mevrouw en vroeg haar hoe lang zo’n aanvraag op zich liet wachten. Geamuseerd antwoordde ze: “Och mevrouw, het is zo druk. Op dit moment duurt het ongeveer drie weken”. Teleurgesteld maar begripvol zei ik, dat ik dan de datum wel zou verzetten. Waarschijnlijk was dat de juiste toon, want ze vroeg de achternaam van mijn Aanstaande. “Aha, die ligt juist bovenop! Nou, dan doe ik dit wel eerst even, hoor, dan hoeven jullie je datum niet te verschuiven! Veel geluk!!” Ik was heel blij met haar reactie, maar er schoten me toch wel ineens diverse ambtenarengrapjes te binnen!

Reünie

In 1999 volgde ik een cursus managementassistente in Utrecht. Het klikte tussen de tien meiden, die elkaar telkens na enkele weken terugzagen voor een nieuwe cursusdag. Toen de opleiding was afgerond, hielden zes van hen (waaronder ikzelf) contact. Gedurende de jaren die volgden, hadden we twee tot drie keer per jaar een ‘reunie’. Met twee verwaterde het contact totdat ze helemaal afhaakten, maar de overgebleven vier kletsen keer op keer alsof er geen maanden maar dagen voorbij waren gegaan. Alles aspecten van werk en prive waren bespreekbaar en werden besproken. Met de nodige humor kwamen cosmetische nieuwigheden aan de orde. Vriendjes en verliefdheden passeerden de revue. Er werd een kindje geboren. Volgend jaar wordt er getrouwd. Maar eerst vieren we dit najaar ons vijfjarig jubileum. “Goh”, zei een van ons vanavond, “toch wel redelijk uniek, he, deze vriendschap”. “Nee hoor”, antwoordde een ander, “wij zijn zelf uniek!” En daar hebben we nog maar eens een keer op getoast!

Telefoon

Mijn Aanstaande pakt de telefoon op en noemt zijn naam. “Jullie hebben gebeld?”, klinkt het nors aan de andere kant. “Dat weet ik niet”, antwoordt hij, “ik weet niet met wie ik spreek.” “(zucht) Met Diny, jullie nummer staat vermeld als ‘onbeantwoord’ dus je belt zelf, hoor!” “Sorry”, zegt mijn Aanstaande, “maar ik ken geen Diny” en tegen mij “Heb jij ene Diny gebeld?” Ik schud mijn hoofd. “Ik denk dat er sprake is van een misverstand”. “Nou, dan moet je het zelf maar weten!” en zonder te groeten wordt de verbinding verbroken. Later bedenk ik me dat ik op zoek was naar een speciaalzaak en dat de telefoon niet werd beantwoord. Misschien bestaat die zaak niet meer en heeft ‘Diny’ het oude nummer gekregen. Hoe dan ook, ik geloof niet dat het handig is om onbeantwoorde telefoontjes op deze manier terug te bellen!

Bruidstranen

Een vriendin gaf vorige week een zakje met bruidsuikers. Ze wist er zelfs de betekenissen van: boontjes voor vruchtbaarheid, zoet en zuur voor de huwelijksperiode en bruidstranen voor goede en verdrietige momenten. Lief! Op de terugweg naar huis hebben we er allebei eentje uitgekozen en het zakje (voorlopig) bij de andere cadeautjes gezet. Ik moest er vanmiddag ineens weer aan denken, toen de tranen over mijn wangen rolden. Ik was niet overgelukkig of verdrietig. Maar de tekst die ik van buiten ken, greep me ineens vanuit het niets aan. Ik schaamde me er zelfs een beetje voor, die rare brok in mijn keel. Maar sommige dingen klinken gewoon ineens anders, nu ik er zelf voor sta. Dus vergeef het me deze keer maar. Morgen schal ik weer als vanouds uit volle borst: “Ik blijf je kind, het maakt niets uit: morgen ben ik de bruid!!”.

Huwelijkswarmte

Nog steeds stromen de felicitaties, kleine cadeautjes en kaarten binnen. Mensen zijn oprecht blij voor ons en langs allerlei, vaak onverwachte kanten wordt hulp aangeboden. Oude bekenden melden zich spontaan: “He, hoe is het met je? Ik hoorde dat je gaat trouwen en ik denk, ik bel weer eens!” Eerst dacht ik dat een jaar veel te lang zou duren, dat ik niet kon wachten tot het zover was. Maar steeds meer besef ik, dat deze periode ook heel waardevol is. Gezellige voorpret met vriendinnen (nee, ik ga niet als Donald Duck verkleed tijdens het vrijgezellenfeest!), gekibbel met mijn Aanstaande over de mooiste huwelijksreis (Kreta, Korfu of Cyprus?), gesmoes met mijn moeder (wel of geen kousenband?) en prettige discussies met fotograven en bloemisten. Het is echt leuk, al deze voorbereidingen. En ik zal oprecht proberen om het er op D’s Days niet tot vervelens toe over te hebben!