Treinkaartje

Als we op het terras van een aperitief zitten te genieten, spreekt een man mijn Aanstaande aan in gebrekkig Nederlands. “Iek koem aut Boesnie oend ik heb gien geld oem naar mijn Frauw ien Maastricht te gaan. Ein kaartje koest 20 oiro. Heeft oe miskien wat geld voor mai?” “Goh”, zegt mijn Aanstaaande, “Wat bent u dan ver van het station af aan het collecteren?! “Jaha”, zegt de man in aanmerkelijk beter Nederlands, “Je moet toch ergens beginnen!” Om vervolgens zijn rol weer aan te nemen: “aalstoeblief?” Mijn Aanstaande pakt zijn portemonnaie en geeft hem wat kleingeld, dat enigszins misprijzend wordt aanvaard. Om vervolgens in de tegenovergestelde richting van het station labberlottig weg te wandelen. “Wat denk je, lieverd, zijn we bedot?” Nou, ik dacht het wel!