Rij

Langzaam schuift de rij voor de kassa naar voren. Nog vier personen voor ik aan de beurt ben. Nog drie. Nog twee. Ik leg mijn spulletjes vast op de band achter de boodschappen van de vrouw voor me. Met enige rek- en strekoefeningen kan ik net bij het kassaplankje, zodat onze boodschappen gescheiden blijven. Als de mevrouw voor me aan de beurt is, laadt ze meteen alles in een paar plastic tassen. Handig, zo loopt de band niet vol met levensmiddelen. De kassajuffrouw noemt het totaalbedrag. Langzaam voltooit de ze haar werkzaamheden om alles efficient en logisch in te pakken. Dan loopt ze terug naar de kassa. Pakt haar portemonnaie ergens uit de diepte van haar tas. Opent deze. Kijkt welk bankpasje het meest geschikt is en zegt: “Ik wil graag pinnen”. Ze haalt de pas door het apparaat, denkt even diep na over de bijbehorende code en toets nauwgezet de cijfers in alvorens op ‘ja’ te drukken. Soms ga ik sneller dan het leven om mij heen. In gedachten.