Reservebank

Mijn Vriend werd vanochtend goed beroerd wakker. Zwaar verkouden, zweterig en hoofdpijn. Dus ik zorgde voor de eerste levensbehoeften, de op- en achtervang, voordat ik mijn skipak aantrok en met een kushandje verdween. Aangezien mijn moeder nooit voor 11 uur op de skies staat, waren we ineens weer met z’n vieren: mijn broer, mijn schoonzusje, onze vriend en ik. Geen probleem meer met oneven aantallen in de sleep- en stoeltjeslift. Toch best prettig voor een keertje. Ooit gingen mijn moeder, mijn broer en ik voor het eerst op wintersport. Toen mijn broer het jaar daarop in dienst zat en geen verlof kreeg, viel mijn toenmalige vriendje in. Vanaf het jaar daarna gingen we met z’n vieren. En aangezien de relatie platonisch bleef, sliepen we met z’n drieen op een kamer. Soms kwam er iemand bij, dan viel er weer een af, maar hij hoorde er gewoon bij. Inmiddels hebben we vier kamers op een rij. Maar toen hij door uitval van mijn Vriend ineens weer naast me stond, zei hij: ‘Toch wel leuk dat ik nog op de reservebank zit, he!’ En mijn Vriend is gelukkig na een dagje in bed weer opgeknapt, dus morgen gaan we als vanouds met zessen op pad.