Ziek

Nee, schrik maar niet, ik ben niet ziek. Maar mijn autootje wel. Hij was bijna thuis en toen krakte er iets in de buurt van de versnellingsbak. En vervolgens ratelde er iets anders. Ik ben gestopt, heb onder de auto gekeken, maar zag niets. Doorrijden ging heel moeizaam. De koppelig zat vast in de tweede versnelling en als ik het koppelings- of rempedaal intrapte, klonk er een hoog, slijpend geluid. Ik heb het net gered tot thuis en heb daar het mobiliteitscentrum gebeld. De zaak uitgelegd en ze beloofden iemand langs te sturen. Maar dat werd dus het plaatselijke takelbedrijf! De chauffeur reed de auto achteruit, hoorde hetzelfde kraken en ratelen en schudde zijn hoofd. Dat werd opereren! (voor de jongeren onder ons: reclameslogan van Toen). Triest gezicht, hoor. De chauffeur van de takelwagen trok de spanbanden extra strak aan, wierp een blik op mijn onthutste gezicht en riep: “Kijk maar even de andere kant op, meissie!” Ab weet vast wat ik bedoel: het doet echt pijn je auto zo hulpeloos te zien. Ik ben toch meer aan ‘m (de auto dus, het is ongepast om dit over Ab te schrijven) gehecht dan ik dacht. En ik vrees dat ik de komende tijd nog veel meer aan ‘m gehecht zal raken, als ik de rekening thuisgestuurd krijg. Slik. En snik.